Afbeelding

Onlandse tijdingen | Rima in Zutphen

wo 13 okt 2021, 13:30 Column

Na afloop lag de setlist nog op de muziekstandaard, de lijst met namen van liederen.

El Shams, Harrama, Min Bayn, El Shayyalin, Atamanna. Zulke namen.

Rima Khcheich had ze gezongen, in het Arabisch, in een zaaltje van Dat Bolwerck. 

Rima, Libanese van afkomst en wonend in Beiroet, is een groot zangeres, klein van gestalte, beroemd in de Arabische wereld; ze werd in Zutphen begeleid door Tony Overwater op contrabas en Maarten Ornstein op klarinet. Fenomenale Nederlandse musici met wie ze veel heeft gewerkt. 

In haar gehoor ook mensen uit de Levant, uit haar vaderland Libanon, uit Syrië. 

Rima, geboren in 1974, zingt al haar hele leven. Ze studeerde klassiek Arabische zang in Beiroet en Egypte, bij een grote leermeester. Maar haar repertoire is veel breder, cross-over heet zoiets, naar modernere Arabische poëzie, naar de westerse muziek, naar jazz. Een van de liederen die ze bracht was een Arabische bewerking van Cole Porter’s My heart belongs to daddy, dat, zo vertelde Maarten Ornstein, beroemd was gemaakt door Marilyn Monroe. 

Dat ze hier zong, hier in Zutphen, in die kleine zaal voor vijftig, zestig mensen, dat was te danken aan Mounira al-Solh, de drijvende kracht achter het kunstenaarsinitiatief Modka Beiroet, dat aan de Zutphense Groenmarkt een domicilie heeft gevonden. Ook zij afkomstig van Beiroet; Modka Beiroet is vernoemd naar een oud hippie-café aan Hamra Street, een ‘cafe trottoir’, dichtbij de universiteit waar kunstenaars en studenten en mensen uit de buurt elkaar ongedwongen troffen aan tafeltjes op de stoep en spraken over de dingen van het leven. Het gewone leven. 

Waarover ook Rima zong. Later zou Mounira me vertellen dat Rima een van de weinigen is die met haar pure stem in de buurt komt van de legende, de hoog vereerde koningin, nee godin van de Arabische muziek, Fairuz. Een van de liederen die Rima zong, complex en uniek van ritme, stamde uit het moorse Andalusië van de veertiende eeuw - Zutphens ‘Gouden Eeuw’, een stad van hout. 

Maar ook zong ze over het leven in Beiroet, een lied waarin werd verhaald van het huis van een overleden grootmoeder, en naast me zag ik twee mannen de ogen sluiten, diep geroerd en toen ik later in een Zutphens koffiehuis Mounira ernaar vroeg stokte ze in een poging die roering te verklaren en schoten de tranen in haar ogen. 

Er was iets ongrijpbaars en peilloos aan dit verdriet, en misschien moeten we bedenken dat Mounira en Rima kinderen zijn van de oorlog, de jarenlange burgeroorlog die Libanon teisterde sinds het midden van de jaren zeventig, in een toch al bewogen geschiedenis van twisten tussen sjiieten, soennieten en christenen, van elkaar bestrijdende allianties en machtsgroepen. Zoveel verlies, zoveel schade. En dan ook nog die explosie vorig jaar.

Ik kreeg deze week de aanbeveling om een concert bij te wonen van de band Boh Foi Toch, ergens op een vleesboerderij; echte Achterhoekse muziek met een glas bier. Grijzende mannen. Ook zij zingen van het leven. Een vrolijk leven op het land. Maar het bewoog me meer dan ik hier zeggen kan dat gezang van grote tragedie en oude beschavingen even de Achterhoekse pastorale kwam verstoren. 

Wim Boevink