De Achterhoekse vlag lijkt wat op die van de oude Confederatie, de zuidelijke staten van Amerika. Afbeelding: PR
De Achterhoekse vlag lijkt wat op die van de oude Confederatie, de zuidelijke staten van Amerika. Afbeelding: PR

Onlandse tijdingen | Athene van de Achterhoek

wo 27 okt 2021, 12:22 Column

De Achterhoek is maar een klein land; Brummen is al buitenland, de IJssel een grensrivier, een Rio Grande. We kunnen vrij reizen binnen de Achterhoek, en ook zijn er geen digitale obstakels, er liggen kabels en we ontvangen Netflix en andere stromende diensten. 

En hoewel de Achterhoek een eigen taal kent, het Achterhoeks, spreken de Achterhoekers doorgaans ook andere talen, zoals het Nederlands. 

Wie de Achterhoek bestuurt en binnen welke staatsvorm dat gebeurt, is me nog niet duidelijk. 

Het land heeft een eigen vlag, maar pas sinds kort, hij wappert tegen gevels en op erven, is tegen konten van auto’s gestickerd. In zijn vorm lijkt hij toevallig op die van de oude Confederatie, de zuidelijke staten van Amerika, U weet wel, die staten van hooivorken en trekkers en gespierde behoudzucht. 

Richmond, Virginia, was er de beoogde hoofdstad van. 

Hier in de Achterhoek hoor ik dat Doetinchem de hoofdstad is. Ik heb de stad eens bezocht, en heb vage herinneringen aan een groot plein met een kerk en terrassen en een straat met alleen maar cafés. 

Architectonisch leek me de stad bescheiden. 

Een parlementsgebouw herinner ik me niet, noch een universiteit, wel een kalme plezierrivier, de Oude IJssel. 

Een aanwijzing voor het hoofdstedelijk karakter van Doetinchem zou kunnen zijn dat er een snelweg en een spoorlijn naar toe leidt en dat de dame die mij bij mijn bezoek vergezelde meende te weten dat het ziekenhuis de grootste werkgever van de Achterhoek is.

Om toch wat meer te weten te komen over dit ‘stedeke’ schafte ik het boekwerk ‘Geschiedenis van Doetinchem’ aan, een uitgave van de Oudheidkundige Kring uit 1986. Op het omslag prijkt een oude tekening van het stadhuis uit 1743, een werkelijk prachtig bouwwerk in een stad die toen ongeveer driehonderd huizen en 1200 inwoners telde. Verbazingwekkende grandeur, tenzij de inwoners allemaal behoorlijk bemiddeld waren. 

De naam Doetinchem komt als Duetinghem voor het eerst voor in een bisschoppelijke oorkonde uit 838, toen al een nederzetting met een kerk, dus men kan zeggen dat de Achterhoekse hoofdstad oude papieren heeft. 

Doetinchem breidde zich in de loop der eeuwen uit, al bleef het stadje in welvaren lange tijd achter bij steden als Doesburg en Zutphen. Er vormde zich - zo las ik - een stedelijke bovenlaag die de stad beschouwde als een eiland van beschaving, omringd door een zee van ‘boeren’. In de eerste helft van de vorige eeuw groeide de welvaart en de industrie, er verschenen villa’s en landhuizen en een flink gymnasium met een heuse dichter als leraar klassieke talen en er werd half schertsend gesproken over ‘ het Athene van de Achterhoek’. 

Een zwaar bombardement van de geallieerden maakte in maart 1945 aan de voorspoed en de schoonheid een einde. De oude binnenstad was verwoest. Het getuigt van ambitie en vitaliteit dat de stad zich weer oprichtte en heimelijk nog hoofdstad van de Achterhoek werd. Naar het schijnt is er ook een voetbalclub met een naam die verwijst naar vroeg-adellijke verhoudingen, ofschoon de aanhangers zich superboeren noemen. De club speelt soms op het hoogste niveau. 

Doetinchem. Een Athene zonder Akropolis, in een zee van boeren. 

Wim Boevink