Henk Waninge
Henk Waninge PR

Column Grenzeloos: Sofie is dood

di 23 nov 2021, 09:50 Column

Het huis voelt leeg aan, het kattenluik kleppert niet meer, Sofie is dood.

Eigenlijk was ik gekker op haar zusje Jozefien maar de liefde was niet wederzijds. Op een dag vertrok ze met de noorderzon. Een rondgang door de buurt met de vraag of ze een klein zwart poesje hadden gezien, leverde niets op. “Een kat, buurman? Nee, niet hier.” De blikken en reacties varieerden van meelevend tot meewarig.

Jozefien en Sofie kwamen uit een asiel in Doetinchem. Van de ene dag op de andere gingen ze van een kleine kamer naar een boerderij met een zee aan ruimte en een groot jachtterrein. Sofie voelde zich meteen als een vis in het water. Bijna dagelijks toonde ze trots haar gevangen prooi, veelal een muis, soms een vogeltje. Niet tot genoegen van de bewoners overigens, temeer omdat sommige slachtoffertjes het tijdelijke nog niet voor het eeuwige hadden verwisseld.

Na het vertrek van haar zusje had Sofie het rijk voor zich alleen. Ze was een ‘pratende’ kat, voor elke stemming, elke handeling had ze een apart miauwtje. En als ze nadrukkelijk aandacht wilde, sprong ze op schoot, wat geen onverdeeld genoegen was want haar scherpe nagels boorden zich als kleine mesjes in het zachte mensenvlees.
Ze was voor de duvel niet bang. Ook niet voor twee grote honden in huis. Als de jonge Labraherder, die Sofie maar een rare ‘hond’ vond, te driest was kon die een flinke katjewaai krijgen. Buiten was een ander verhaal. Dan kreeg ze te maken met het jachtinstinct van de honden en moest ze rennen voor haar leven. Maar ze was haar natuurlijke vijanden altijd te snel en te slim af, soms of door op het dak of in een boom te klimmen.

Sofie was met haar 14 jaar al een dame op leeftijd, maar maakte nog altijd een fitte, gezonde indruk. Tot voor een paar weken geleden. Op een dag voelde ik een bobbeltje in haar buik. Dat werd met de dag groter, ze ging steeds moeilijker lopen. Een bezoek aan een dierenkliniek in Zeddam bevestigde onze bange vermoedens: een kwaadaardige tumor. Met medicijnen hebben we haar leven nog wat gerekt maar toen ze door de grootte van het gezwel moeite met ademhalen kreeg, besloten we haar te laten inslapen. Een intriest moment.

Op een vrijdagmiddag maakte ze haar laatste reis. Ze miauwde klaaglijk op de achterbank van de auto. Alsof ze haar einde voelde naderen. In Zeddam werden we opgevangen door een dierenarts, een jonge vrouw. Op warme, invoelende wijze gaf ze tekst en uitleg bij wat ze ging doen. Sofie was toen al op weg naar de kattenhemel, in een paar minuten was het gebeurd.

Met een kleine variatie op het prachtige gedicht Dode Hond van Rutger Kopland besluit ik dit in memoriam:
‘Maar wat van mij hield is weg, ik graaf een gat leg wat er overbleef daarin en gooi het dicht. De kat is nergens meer, iedere dag’.

(tekst: Henk Waninge)