Foto:

Dozen in Azewijn

  Column

Altijd als ik op de fiets door Azewijn kom, rijd ik zo langzaam mogelijk. Mooi, hoe het gebouwd is rondom een centraal weiland. Geweldig ook dat niemand daar een parkeergarage of een appartementencomplex neerzet.

Ook rondom Azewijn is het mooi en daarom snap ik het verzet tegen dat mega-distributiecentrum DockNLD2. Waar wij vroeger woonden, bij Rotterdam, kon je kilometers tussen kassen doorfietsen: links en rechts een muur van glas. Vreselijk. Dan dacht ik: hoe mooi was het hier voordat die kassen er stonden? Dus nu wil ik niet fietsen langs een 22 meter hoge muur van – waar maken ze die rotdozen eigenlijk van? Muren van niks zijn het.

Intussen moeten we onder ogen zien dat sommige dingen met elkaar te maken hebben. Bestel je wel eens iets op internet? Dan ben je er mede schuldig aan dat overal die nare muren oprijzen. Dan kun je wel actievoeren tegen dit plan van de gemeente, maar als er gedistribueerd moet worden, komt er toch ergens zo'n centrum. Dan misschien bij Tilburg, waar even mooie plekjes verloren dreigen te gaan, zoals het tv-programma De Monitor op 6 januari liet zien (terugkijken via npo.nl). Dus stop met kopen via internet, koop bij echte winkels in de buurt, dat is hoe dan ook beter. Ook als het iets duurder is.

Onze portemonnee en die dozen hebben op meer manieren met elkaar te maken. Ik begrijp dat er een gat is in de gemeentebegroting. Die dozen leveren geld op. De wethouder steekt dat echt niet in eigen zak, dat geld komt bij de gemeente en dat zijn wij. Komt dat geld er niet, dan moet het ergens anders vandaan komen, wie weet uit verhoging van de onroerendezaakbelasting. In Azewijn zeggen ze nu: graag, alles liever dan de dozen. Maar zeggen ze dat in pak 'm beet Didam ook? Of zegt Didam: wij hebben al een lelijk industrieterrein, nu is het jullie beurt? Zou Lengel zeggen: kom maar hier met dat DockNLD2, als de OZB maar laag blijft? Moeilijke vragen.

Meer berichten