
Nieuwe roede voor de Martinusmolen in Didam: veiligheid voorop
CultuurDidam - Bij de Martinusmolen is onlangs een nieuwe roede geplaatst. De aanleiding daarvoor kwam voort uit een landelijk onderzoek naar gebreken aan gelaste stalen molenroeden.
Door Karin van der Velden
In de afgelopen jaren kwamen in Nederland meerdere roedebreuken voor, onder meer bij De Goudriaanse Molen en De Dellen in Nieuw Scheemda. De wieken braken weliswaar niet helemaal af, ze waren eerder geknakt, met gelukkig alleen materiële schade tot gevolg. Toch waren de incidenten aanleiding voor een grootschalig onderzoek van De Hollandsche Molen en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) naar de veiligheid en levensduur van stalen roeden.
Uit dat onderzoek bleek dat metaalmoeheid en lasfouten na tientallen jaren gebruik konden leiden tot haarscheurtjes of zelfs breuken. Daarom worden roeden tegenwoordig regelmatig gecontroleerd en, waar nodig, preventief vervangen. Bij de Martinusmolen, waar de roeden in 1978 voor het laatst vervangen waren, werd in november 2023 tijdens een inspectie met een hoogwerker en ultrasoon onderzoek een scheurtje ontdekt. “Dat was ook wel de verwachting. Inmiddels was al beslist om alle roeden van voor 1985 te vervangen. In dat jaar kwam de Rijksdienst voor de Monumentenzorg met een richtlijn voor de kwaliteit van roeden. Het was niet bekend hoe de roeden daarvoor werden geproduceerd”, vertelt Molenaar Frans Reesing. Hij hoopte de vervanging nog even uit te kunnen stellen: “Het haarscheurtje zat aan de binnenkant. We deden een risicoinventarisatie en controleerden steeds of er aan de buitenkant iets te zien was. Toen het rapport kwam dat er echt een scheurtje zat, was de conclusie duidelijk: meteen stilzetten.”
Dat besluit kwam destijds hard aan. “Als de molen stilstaat, hebben je (vrijwillige) molenaars geen werk meer. Het komt de molen als geheel ook niet ten goede.” zegt Reesing. “Veiligheid gaat echter voor alles. Ambtenaren willen geen risico lopen, en terecht.” Uiteindelijk werd besloten om beide roeden te verwijderen en één roede tijdelijk terug te plaatsen, zodat de molen in beperkte mate kon blijven draaien.
De roeden zijn 23,7 meter lang en werden vervangen door nieuwe exemplaren die volledig met de hand zijn gemaakt. “Ze zijn niet helemaal recht, dat hoort zo,” legt Reesing uit. “Ze lopen taps toe voor de stevigheid en hebben een lichte bocht voor de aerodynamica, zodat de wieken mooi langs elkaar draaien.”
Het vervangen van een roede was een grote onderneming. De transportwagen waarmee het 23 meter lange stalen gevaarte werd aangevoerd, had apart bestuurbare achterwielen om de smalle wegen van Didam te kunnen nemen. De totale kosten bedroegen zo’n 72.000 euro, grotendeels gefinancierd via subsidies en giften.
De situatie in Didam stond niet op zichzelf. Landelijk moeten de komende jaren bijna duizend molenroeden worden vervangen, waarvan ruim honderdveertig in Gelderland. Volgens De Hollandsche Molen is de gemiddelde levensduur van een roede ongeveer veertig jaar.
Reesing kijkt tevreden terug: “Het was een enorme klus, maar de molen draait weer veilig. Zo blijft een prachtig stuk erfgoed in stand.”











