Illustratie: Marc Weikamp
Illustratie: Marc Weikamp

Boeren, burgers en buitenlui | Rocco Ostermann verdwaalt in bedwelmende ansichtkaarten

do 7 okt 2021, 14:55 Interviews & Achtergrond

ACHTERHOEK - In Boeren, Burgers en Buitenlui spreken we met inheems, import en idealist over hoe het leven in de Achterhoek is. We evalueren en fantaseren en Marc Weikamp zal illustreren, omdat de regio er is om te eren. Deze week een gesprek met Rocco Ostermann: “Ik heb een Wiki-pagina en daar klopt niks van.” Rocco is een creatieve duizendpoot en hij werd al eens door Ilja Vaags genoemd in deze rubriek, die zei toen passend: “Rocco Ostermann is een goede liedjesschrijver, gitarist en een begenadigd schrijver van korte verhalen. Doorgaans zijn mensen - als ze geluk hebben - meestal maar goed in één ding.”

Door Eva Schuurman

Al is Rocco niet de beste in wakker worden, of onthouden te ontbijten. “Mag ik er even een banaan bij pakken?”, zegt ie daarom ook meteen. En terwijl hij deze afpelt, pellen we simultaan de tijd af tot er een kern overblijft van schoonheid. “Mijn hoofd zit vol kruidige vraagtekens. Ik doe soms mijn deur los, alsof het oudjaarsavond is, en steek alles tegelijk af. Daarna kijk ik hoe het dwarrelt en probeer ik er iets in te ontdekken.”

Het dorp waarin hij opgroeide noemt Rocco Ostermann een emotioneel openluchtmuseum waar hij veel van houdt, want in Dinxperlo kent hij elke boom waarin ie geklommen is. “Al snel had ik door dat er aan de andere kant van de straat mensen woonden die anders spraken.” Hij genoot er van de Duitse televisie, had Duitse klasgenootjes en sprak er drie talen; het Nedersaksisch, het Duits en het Nederlands. Vanuit zijn raam had hij zicht op het grensgebouw, waarschijnlijk al in momenten waarin hij nog niet eens doorhad dat hij een Duits paspoort bezat.

Dat Duitse deel komt van zijn vader en het muzikale deel van zijn moeder: “Van haar heb ik heel veel geleerd, bijvoorbeeld over wat tevreden zijn is.” Daarbij gaf ze hem de platen voor zijn pick-up. “Ik was mijn moeders favoriete dj, bij een dagje griep draaide ik platen en zong zij beneden mee.” Zoals zoveel kinderen deed hij haar als eerste een aanzoek. “Misschien moet ik haar eens over dat plan bellen.”

‘Mijn brein is een schatkaart waarop ik graag onderweg ben’

Want Rocco heeft nog wel een paar dromen: “In mijn geboortedorp als Sinterklaas ingehaald worden. Dat wordt mijn ultieme afscheid van Dinxperlo; zwaaien naar de kinderen en dan ongetwijfeld van dat paard donderen.” Een gedroomd tafereel dat wel past bij de man die de verwondering als zijn grootste drijfveer ziet. “Mijn brein is een schatkaart waarop ik graag onderweg ben.” In een route die aangestuurd wordt door de muziek en soms een beetje werd belemmerd door zijn haardracht: “Bij de grens werd ik er vroeger altijd uitgepikt.”

Met ‘new wave-haar’ stond Rocco bij de Graafschap onder de lat. “Je toupeerde je haar met zeep, want dan stond het rechtop.” Maar toen het Hollands begon te regenen liep de zeep in zijn ogen. “Ik zag niks meer en moest gewisseld worden.” We spreken over hoe zoiets in de kleine gemeenschappen opvalt, maar in de stad niet. Daarna hebben we het over je kop boven het maaiveld uitsteken en ‘Rocco’ heten. Naar ‘Rocco Granata’, ook een muzikant. “Ik had liever Hans of Ronnie geheten. Gelukkig viel er op een dag een Donald Duck op de mat met daarin een ingezonden brief ondertekend met ‘Rocco Scheffer’. “Ik was niet alleen. Opluchting alom.”

Wanneer je Rocco Ostermann hoort praten over zijn leven heb je niet het idee dat hij ooit alleen is geweest, want door de muziek leerde hij veel mensen kennen. “Ook daarom weet ik veel van de Achterhoeker”, zegt ie, want hij kent ze in alle lagen. “Er zit iets gemoedelijks in de Achterhoeker, iets fijns. Het is een bepaald soort mens. Er zit bescheidenheid in zonder dat het irritant wordt. Bescheidenheid met eigenwaarde.” En die Achterhoeker woont meestal daar waar hij vandaan komt. “In een landschap van naoberschap waarin je kunt verdwalen in bedwelmende ansichtkaarten.” Of hij vertrekt naar Arnhem om vervolgens de streek niet te missen: “Als ik het ruime asfalt opga en ik schakel een paar keer, dan ben ik er alweer. Nederland is zo klein, het mag blij zijn dat het vier windrichtingen heeft.”

Toch denkt ie allerminst lichtzinnig over dat geliefd stukje dat hij vanuit zijn huidige woonplaats nog ziet: “Ik hoop dat er genoeg werk is en niet overal boerderettes ontstaan. Dat het een beetje intact blijft; elke boom, elke streek en elk stukje. Daar moet je voor vechten. De jeugd moet beseffen dat je daar mankracht en vrouwkracht en geld voor moet leveren.”

Het niet moeilijk mee te worden gevoerd in de verwondering van Rocco, hij verhaalt over dat de verwondering familie is van het raadsel. Over dat een fiets achter op een auto zetten voor hem gelijk staat aan het organiseren van een maanlanding. Hij zoekt in zijn brein naar citaten en zegt bij hapering dat zijn geheugen als een luie hond is die gaat liggen waar ie wil. Rocco is een man die als origineel geboren werd en niet als kopie zal gaan. En als we daarover praten komt ie als vanzelf op wat ie dan graag achterlaat. “Een kinderboek waaruit voorgelezen wordt.” In het Nederlands en Achterhoeks, over een zwerfhond die door de streek naar Arnhem reist. “Mijn verwondering en liefde in een boek voor kinderen.”

Ik hoop dat ie het snel mag schrijven van zijn onmeundig wonderlijk brein, want nu is mijn jongste nog klein.


Illustratie: Marc Weikamp

8 keer 8erhoeks met Rocco Ostermann

Favoriete plek in de Achterhoek:
“’t Woold in Winterswijk en met name ‘t Achter-Woold. Ik woonde daar en soms liep ik met een gitaar naar buiten. Terwijl binnen de koffie pruttelde kwam ik pas twee uur later terug en dan was ie alweer oud, omdat ik spontaan aan het wandelen was geslagen. Toen ik er de eerste keer aankwam, te voet, stond er een tractor schuin in de berm. Ik schrok; de boer die erop zat leek overleden. Maar hij deed gewoon een tukkie, haha! Op klaarlichte dag, geweldig vind ik dat. ‘Boer Bello’ noemden ze hem. Dát dus, de hartslag van de jaargetijden hebben. Die had ik in ’t Woold.”

Mooiste bedrijf/organisatie in de Achterhoek:
“Uitgeverij Fagus uit IJzerlo, het bedrijf van Hans de Beukelaar. Omdat hij prachtige boeken schrijft en uitgeeft. Hij helpt jonge talentvolle schrijvers, is een klankbord en denkt niet meteen aan gewin. Dat doen er niet veel. Veel kunstenaars kunnen wel een handje geholpen worden, omdat ze vaak niet van die goede managers zijn.”

Mooiste gebouw in de Achterhoek:
“Het belangrijkste gebouw uit mijn tienerjaren is de tapijtfabriek, te Dinxperlo. Slechts een klein gedeelte staat nog overeind, maar uitgerekend in dát gedeelte mochten wij (jonge Dinxperlose musici) muziek maken. We konden ons er vormen. Mijn eeuwige dank gaat uit naar vooral Willy te Grotenhuis, die dát voor ons mogelijk maakte.”

Meest inspirerende Achterhoeker:
“Ik ben niet zo goed in rijtjes, lijstjes en rangordes; er zijn zoveel verschillende toffe mensen. Gerrit Komrij de duizendkunstenaar wellicht; de oud-Winterswijker die mij leerde hoe ik naar poëzie kon kijken. Dinxperlo’s oud-burgermeester Verbeek die weerstand bood aan de NSB, of verzetsheldin mevrouw Kuipers-Rietberg uit Winterswijk. Ik ben altijd onder de indruk van mensen die ineens helden blijken te zijn. Niet dat ze het zelf zo zien, maar ineens zijn ze het. Omdat ze handelen, in volle overtuiging.”

Favoriete Achterhoekse artiest/kunstenaar:
“Er springt er voor mij niet per se ééntje uit, maar er zijn er wel een aantal die iets ‘speciaals’ hebben, naast talent iets zeer eigens ook en dat vind ik het belangrijkst. Gitarist Wout Kemkens om zijn klank en notenkeuze die uit duizenden herkenbaar is. Schrijver Gerjon Gijsbers om zijn humor. Ik hoop dat er gauw weer een boek van hem verschijnt. Gitarist Harald te Grotenhuis en Dries Bijlsma, Jonah Falke, Hans Keuper. Oh, daar ga ik weer...”

Lekkerste Achterhoekse gerecht/drank:
“Ik ben nou niet bepaald een culinaire casanova, ik lust eigenlijk alleen maar groente. Bij ons in de familie werd balkenbri-j en knokkepot op tafel gezet, maar dat trok ik helemaal niet. Ik zou niet weten wat ik moet noemen. Nee wacht, een slaatje van café Brugging in De Heurne. Met een extra ei, daar rijd ik voor om.”

Mooiste Achterhoekse lied:
“Ik ken helaas niet de volledige catalogus van Achterhoekse liedjes, maar ik vind de Tukkers/Achterhoekse mentaliteit dezelfde en aangezien ze aan elkaar grenzen noem ik Andre Manuel met Kraaien. Óf Ik zag nix want ik mos pissen van Normaal, omdat ik die tekst zo grappig vind; alles missen omdat je toevallig even de andere kant op keek. Er was een fase in mijn leven dat ik dacht dat me dát constant overkwam, ik wilde dan ook overal bij zijn haha; op elk feest als eerste aanwezig en als laatste weer weg.”

Mooiste Achterhoekse uitdrukking:
“Dan he-jt schoap an drieten: Dáár heb je de problemen. Die uitdrukking werkt bij mij altijd op de lachspieren en aangezien ik de lachspieren de enige spieren vind die sowieso altijd moeten worden getraind, kies ik daarvoor. Ook het woordje “onmeundig,” want dat kan je zo lekker als een vocale granaat zingen en uitspreken.”


Rocco Ostermann. Foto: PR 


Bent u of kent u een goede kandidaat voor deze rubriek? Meld dit dan bij redactie@achterhoeknieuws.nl