Medewerkers van de Albert Schweitzerschool luisterden ademloos naar schrijver Guus Kuijer en zijn vrouw Corry. Foto: Roel Kleinpenning
Medewerkers van de Albert Schweitzerschool luisterden ademloos naar schrijver Guus Kuijer en zijn vrouw Corry. Foto: Roel Kleinpenning

Guus Kuijer en zijn vrouw terug op oude school: ‘Bijzonder om hier te zijn’

Onderwijs

DIDAM - Schrijver Guus Kuijer en zijn vrouw Corry brachten onlangs een bezoek aan de school waar ze beiden lesgaven. Het was de aftrap van het project ‘Lees je Rijk’. Op de Albert Schweitzer in Didam is veel aandacht voor lezen. 

Door Karin van der Velden

De Albert Schweitzerschool begon op 1 september 1966 in een houten noodgebouwtje aan de Drostlaan, achter de protestantse kerk. Er was aanvankelijk één klas met 21 leerlingen, waaraan hoofdonderwijzer Hans Spaargaren les gaf. De school groeide echter snel en drie maanden later, al op 1 december 1966, werd Guus Kuijer als tweede onderwijzer aangesteld. In die jaren waren toneelstukjes, liedjes, muziek en creatieve bouwsels een wekelijks hoogtepunt. Toen er op school een nieuwe leerkracht kwam werken, ontstond iets heel moois: Guus en Corrie zijn nog altijd een gelukkig echtpaar!

Voor Guus en zijn vrouw was het bezoek aan ‘hun oude school’ een reis terug in de tijd: “Het is leuk om weer op de school te zijn waar ik gewerkt heb. Het gebouw en het team zijn totaal veranderd. Wij waren destijds met z’n drieën.” Na Henk Spaargaren kwam directeur Gerard de Ruiter. 

“Ik wilde toen al dolgraag boeken schrijven,” vertelt Guus, “maar wist niet of ik ervan kon leven. Eerst schreef ik boeken voor volwassenen, maar toen ontdekte ik dat ik voor kinderen kon schrijven. Mijn eerste kinderboek was Madelief, dat werd uiteindelijk een serie van vijf delen.” Later volgden boeken als Het geminachte kind, dat volgens Guus ook nu nog actueel is: “Het gaat over kinderen die in moeilijke situaties zitten.”
Zijn tijd als leraar was inspiratiebron voor veel van zijn verhalen. “Sommige dingen zijn echt gebeurd. Bijvoorbeeld het verhaal over een vervelende inspecteur.” Op een dag in het voorjaar kwam de schoolinspecteur op bezoek. Hij moest zich onder een herfstslinger doorworstelen die uiteraard op kindhoogte hing. In het derde boek van Madelief - ‘Op je kop in de prullenbak’ - staat een verhaal over ’een keurige meneer’ (de schoolinspecteur) die een bezoekje brengt aan de klas. Guus weet nog dat de inspecteur heel gemeen deed tegen een kind: “Eigenlijk alleen maar om mij te pakken te nemen.”

In 1973 nam Guus Kuijer afscheid van de school om zich helemaal te wijden aan het schrijven van boeken. Daarvan zegt hij zelf: ‘In 1948 leerde ik lezen en schrijven en omdat bleek dat ik verder niks kon, heb ik daarvan mijn beroep gemaakt’.

Leesplezier voorop
Het belang van lezen kwam tijdens het bezoek van Guus en Corry meerdere keren naar voren. Guus heeft zijn hele carrière ingezet op leesplezier: “Ik las elke dag voor, zodat kinderen snapten hoe leuk boeken kunnen zijn. Het is zorgelijk dat steeds meer kinderen lezen moeilijk vinden. We moeten blijven lezen en niet alles op onze telefoon doen.”

Op school wordt nog steeds aandacht besteed aan lezen, vertelde directeur Harry Gubbels. “We hebben bijvoorbeeld een leesalarm. Eens in de twee weken gaat de oude schoolbel, en dan leest iedereen twintig minuten, van kinderen tot de directeur.” Guus en Corry waren enthousiast over initiatieven zoals de verteltas, waarin ouders een rugzak vullen met een boek en bijpassende activiteiten. De rugzak is handgemaakt en geïnspireerd op het kaft van het boek dat erin zit. “Ik hoop dat we kunnen voorkomen dat boeken verdwijnen,” zei Guus.

Herinneringen aan vroeger
Corry en Guus werkten maar kort op de school in Didam, toen nog gehuisvest in een houten gebouw achter de kerk. “Het hoofd van de school zat toen in het ziekenhuis, en met z’n drieën hielden we alles draaiende. We hadden gecombineerde klassen, wat vaak een uitdaging was. Voor de een was de stof te moeilijk, voor de ander te makkelijk,” herinnert Corry zich.

Guus ging vaak met zijn leerlingen wandelen. “In de buurt was een bos, en bij mooi weer gingen we eropuit. Heel leerzaam, je kon van alles uitleggen. Maar op een gegeven moment moest ik dat drie weken van tevoren aanvragen. Dan wist je natuurlijk nog niet wat voor weer het zou worden. Toen ben ik ermee gestopt.”

Het contact met ouders was in die tijd goed. “Ik bezocht veel ouders thuis,” vertelt Guus. “Soms ging het over moeilijke onderwerpen, zoals huiselijk geweld. Ik heb een vader weleens moeten zeggen dat hij zijn kind niet moest slaan. Later schreef ik daarover in Het boek van alle dingen. Het jongetje in het verhaal ben ik eigenlijk zelf. Ik ben het meest trots op dat boek, omdat het gaat over opgroeien in een moeilijke situatie.”

Liefde voor verhalen
Hoewel hij niet meer schrijft, is Guus’ liefde voor verhalen nooit verdwenen. “Boeken ontstonden terwijl ik ze schreef. Je weet nooit of iets een succes wordt, dat blijft spannend. Toen Madelief uitkwam, zei de uitgever: ‘We drukken 6.000 exemplaren.’ Ik grapte dat je er altijd nog een bankstel van zou kunnen bouwen als het niet verkocht.”

Guus en Corry wonen tegenwoordig in Alkmaar, boeken en kinderen blijven een belangrijke rol spelen in hun leven. Voor Guus was schrijven de perfecte manier om kinderen beter te begrijpen. “Kinderen zijn zo verschillend, en ze leren je enorm veel. Het onderwijs mis ik niet, maar wat ik toen leerde over kinderen, neem ik altijd mee.”

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant