Afbeelding

Carnaval

Opinie

Carnaval

Het is half februari, dus een Tocht der Tochten zit er niet meer in. Of er ooit nog een Elfstedentocht komt? De opwarming van de aarde gaat zo hard dat je al blij mag zijn als je ‘s winters nog een paar dagen kan schaatsen. Geen schaatscarnaval in het noorden dus, daar zullen veel Friezen niet rouwig om zijn. De intocht van luidruchtige, beschonken Hollanders met hun maffe Unox-mutsen tijdens de laatste editie in 1997 zijn ze nog niet vergeten. Dus gaan de feestneuzen van boven de rivieren naar het zuiden om carnaval te vieren. Na twee jaar corona barst het feestgedruis weer los. Beneden de rivieren zijn ze er klaar voor. Maar ook daar bestaan de nodige reserves tegen de komst van de Hollandse feestbeesten. Veel zuiderlingen kunnen die massale invasie vanuit het noorden met de bijbehorende uitwassen door overmatig drankgebruik missen als kiespijn.
Die aversie bestaat al lang, zo bleek mij in de jaren tachtig. Niet zozeer in Noord-Brabant want als je daar vrolijk meedeint, host en zingt ‘Brabantse nachten zijn lang’ en ‘Zak es lekker door’, word je al gauw opgenomen in de plaatselijke gemeenschap. Nee, die reserve was voelbaar bij de buren, in Limburg. Ooit werd mij in Venlo de toegang ontzegd tot een plaatselijk café. Niet omdat het vol was maar vanwege het ontbreken van de zachte g. Mijn vrienden en ik mochten alleen naar binnen als we een Limburgs carnavalsliedje konden zingen. Tja. Veel verder dan ‘Waar in ‘t bronsgroen eikenhout’, het begin van de nationale hymne van Limbabwe, kwamen we niet.
Destijds was ik kwaad, hoe halen ze het in hun hoofd om ons als ongewenste vreemdeling neer te zetten? Nu snap ik het wel. Op horkerige Hollanders, die elders de bloemetjes buiten komen zetten, zitten ze niet te wachten. Bovendien, zo schreef de Bredase auteur Jack Nouws ooit, begrijpen ze de carnavalscodes niet. “Bier van andermans dienblad pakken is geen diefstal, maar gastvrijheid. Aangestoten worden is geen uitlokking, maar uitbundigheid en een arm om je heen is geen uitnodiging tot seks, maar gezelligheid.”
De Achterhoek hoeft gelukkig geen invasie vanuit de Randstad te vrezen. Hier wordt carnaval in de eigen kring gevierd. Het is een feest van en voor de lokale bevolking. Bij mij zit er geen carnavalsbloed in de genen, ik heb er niet veel mee, maar ik snap wel hoe het hier, in het van oudsher rooms-katholieke zuiden van de Achterhoek, leeft. Maandenlang zijn wagenbouwers creatief en technisch in de weer geweest om een mooi visitekaartje af te geven en al weken zie je links en rechts signalen, die op het naderende feest wijzen.
Ben benieuwd welke onderwerpen/kwesties worden afgebeeld op de wagens. Kan me zo voorstellen dat het lot van de boeren een van de belangrijkste thema’s is. Een ander is de keuze van Montferland om op bestuurlijk vlak weer aansluiting te zoeken bij de Achterhoek. In Didam denken ze daar heel anders over dan in ‘s-Heerenberg.
Enfin, we gaan het komend weekend zien, alaaf....

Advertenties doorgeplaatst vanuit Montferland Journaal