
'Alle remmen los' eindmusical De Laetare
Achttien dappere leerlingen spelen eindmusical in Kilder
KILDER – Op woensdag 5 juli nam groep acht afscheid van basisschool De Laetare met maar liefst twee voorstellingen van de eindmusical in het Kelrehuus. ’s Morgens voor belangstellende dorpsbewoners en ’s avonds voor familieleden en direct betrokkenen. De generale ging ’s ochtends al zo ontzettend goed, dat directeur-bestuurder Liselotte Friesen de spelers aanmoedigde om ’s avonds alleen nog maar ‘keihard te genieten’.
Door Pauline Redlich
Klokslag half elf verschijnt meester Daniël ten tonele en vertelt dat er achttien leerlingen klaarstaan (groep acht, aangevuld met een dappere groep zeven) die het mega-spannend vinden, maar er vooral heel veel zin in hebben. Zij hopen dat het publiek enorm zal genieten van een busreis waarbij iedereen ergens anders naartoe wil. De grote vraag is: ‘Hoe zal dát goedkomen?'
Als eerste maken we kennis met Job de buschauffeur die controleert of de verschillende passagiers überhaupt op de lijst staan. Als dat het geval is, roept hij enthousiast: "Klopt als een bus!”
Al snel blijkt dat iedereen een andere bestemming heeft, zoals zonnen in Italië, zingen in New York, een berg beklimmen in Japan, naar Oostenrijk en op huwelijksreis naar Parijs. Er is alleen één probleem: de bruid is haar man vergeten en op de vraag of zij even bij moet komen, stamelt zij: "Ja. Ja, ik wil,” en strompelt de bus in.
Chauffeur Job richt zich tot het publiek met de woorden: "Er breekt één grote paniek uit. Over vijf seconden om precies te zijn. Tel maar mee: ‘Vijf… vier… drie…” Waarna iedereen door elkaar heen rent en roept.
Tess, de reisleidster geeft het op: "Iedereen wil ergens anders naartoe. Dat gaat nooit lukken,” stamelt ze, maar Job wil het oplossen. Hij is vroeger gepest en doet er alles aan geen loser (meer) te zijn. Ze bedenken samen een oplossing: iedereen moet in de bus blijven, ze plakken posters van de verschillende bestemmingen op de ramen en blijven rondjes rijden. Waardoor het net lijkt alsof ze toch overal langskomen.
Passagier Bob moet van zijn vrouw steeds zijn beklag doen, maar dat vindt hij niet zo makkelijk. Het enige wat hij eruit krijgt is: "Deze bus gaat niet naar New York, maar naar ‘Trammeland'.” Er gebeurt onderweg van alles, uiteindelijk wordt ook nog het koffertje van Meneer van Dalen gestolen en Job roept: "Geen paniek! We zijn op de Malle Dieven!” Even later voelt hij een liedje opkomen, want: "We zijn weer thuis”.
Dan blijkt dat Meneer van Dalen er voor gezorgd heeft dat iedereen in dezelfde bus zat. En ‘Iedereen' zijn oud-klasgenoten, die elkaar jarenlang niet gezien hebben en elkaar niet herkenden. Uit het koffertje komt de klassenfoto van weleer en met de tekst van het eindlied is de cirkel rond: ‘Je maakt een reis, je vindt een paradijs, de weg erheen is mooier dan je dacht. Op de weg ben je nooit echt alleen, want ik was erbij.'
Het Kilderse publiek klapt hard en directeur Friesen is ongelofelijk trots als de laatste zinnen klinken: "We komen zeker weer samen,” en ook: “De weg leek lang, maar nu het over is, wees maar niet bang, al denk ik dat ik je mis.”