Paul van Dalen kon pas na corona volop aan de slag met Muziekvereniging De Club uit Didam. Foto: Sebastiaan Bors
Paul van Dalen kon pas na corona volop aan de slag met Muziekvereniging De Club uit Didam. Foto: Sebastiaan Bors

100 jaar leeftijdsverschil tussen De Club en dirigent Paul van Dalen

Cultuur

DIDAM - Muziekvereniging Harmonie De Club viert dit jaar haar honderddertig-jarig bestaan. Dirigent Paul van Dalen was dertig toen hij onlangs het jubileumconcert dirigeerde. Na een moeizaam begin, Paul werd net voor corona aangenomen, is hij nu erg trots op de muzikaliteit van het Didamse harmonieorkest.

Door Karin van der Velden

Paul begon zijn carrière als slagwerker bij fanfare KNA in Hierden. Eerst bij de slagwerkgroep, maar al snel mocht hij doorstromen naar het fanfareorkest. De eerste dirigeerervaring was het dirigeren van het jeugdorkest. Zonder enige opleiding, gewoon door zelf proberen ging hem dat goed af. “Toen begon het te kriebelen en op de middelbare school wist ik het zeker, ik wilde dirigent worden. Omdat ik nog heel jong was, begon ik eerst met het hoofdvak Slagwerk. Mijn hart lag bij het dirigeren, dus na een jaar ging ik die opleiding ernaast doen. Inmiddels leerde ik ook euphonium spelen. Het is goed dat je als dirigent veel leert over ademhaling en blaastechniek.” Paul studeerde bij Alex Schillings, eerst vier jaar in Zwolle en in 2019 slaagde hij in Den Haag voor zijn zijn master. Behalve Muziekvereniging De Club dirigeert hij harmonie Crescendo Ommen en Brassband Apeldoorn. Paul is als muzikant begonnen bij een fanfare en dirigeert nu een harmonie en een brassband. “Ik heb geen voorkeur voor een van de orkestvormen. Het is nog wel mijn wens om ook een fanfare te dirigeren. Ik doe daarnaast veel gastdirecties en sectierepetities met andere orkesten. Dat vind ik ook erg leuk om te doen.”
Hij vervolgt: “Muziek houdt je jong, daagt je uit en verwondert je. Na een zware dag kan het je weer wakker maken. Zeker als je samen muziek maakt in een goede sfeer. Met een leuke vibe kun je steeds mooiere dingen neerzetten en het beste uit elkaar halen.”
Een van de hoogtepunten in de nog korte carrière van Paul is de uitvoering van het werk Jungla van Ferrer Ferran met De Club: “Het is een stuk dat bijna te moeilijk is voor ons, iedereen moest er flink de tanden inzetten. Het repeteren van het werk was een leerproces, muzikanten gaven ook aan dat ze het heel pittig vonden. Waar bij sommige orkesten de zenuwen toeslaan tijdens een concert, doen de muzikanten van De Club er altijd nog een schepje bovenop. Het stuk kwam echt tot leven. Dat gevoel heb ik met De Club al vaker gehad.”
In maart 2020 keken de muzikanten van De Club uit naar de eerste repetitie met Paul van Dalen als dirigent. Toen werd het stil, want corona teisterde ons land. De eerste repetitie mocht op 10 juni doorgaan, met maar dertig muzikanten op twee meter afstand. Er volgde nog twee keer een lockdown en pas in 2022 kon Paul volledig aan de slag. “Ik merk ontwikkeling van de aspecten waar ik aan werk, het orkest klinkt steeds meer naar mijn smaak. Het jubileumconcert op 1 juni was een groot feest. Het voorjaarsconcert dat we daarvoor gaven, was weer wat klassieker van opzet.
“De Club is heel erg ondernemend, dat vind ik fantastisch. Ze hebben een eigen lichtinstallatie gekocht, die ze ook zelf aansturen. We hebben al eens een nummer gespeeld waarbij het licht aansloot op de muziek. Een minishow. Misschien gaan we daar nog eens veel verder mee en doen we een heel programma op deze manier. Het publiek nog meer beleving bieden is een doel voor de concerten hier thuis. Na de vakantie gaan we op concours in de Hanzehof in Zutphen. Op 16 november spelen we daar La Quintessenza van Johan de Meij en Hounds of Spring van Alfred Reed.”