Een feestje verstieren is geen politiek statement

Het is de laatste jaren heel normaal geworden om het plezier van anderen te verpesten door feestelijke gebeurtenissen te verstieren. We zagen het al bij intochten van Sinterklaas. In meerdere gemeentes waren er in het verleden demonstraties tegen zwarte piet door activisten die hun punt duidelijk wilden maken door een kinderfeest te verstoren.
Vorig jaar tijdens Koningsdag en Prinsjesdag moest de Koninklijke familie boegeroep aanhoren (gelukkig gebeurde dat dit jaar in Doetinchem niet). De media brengen dat ook uitgebreid in beeld.
In Amsterdam werden leuzen geroepen toen tijdens de Dodenherdenking het Wilhelmus klonk en terwijl honderden aanwezigen in Groningen oorlogsslachtoffers herdachten, doorbraken schreeuwende fatbikejongeren de stilte.
Op bevrijdingsdag greep oorlogsheld Marco Kroon in toen iemand over het hek klom. Toen Minister-president Schoof met Donald Tusk, premier van Polen, op het podium stond, werd er een rookbom gegooid.
Het optreden van Raphael, de Israëlische deelnemer aan het Eurovisie Songfestival, zorgde voor boegeroep en een paar toeschouwers draaiden het podium de rug toe. Tijdens de generale was het protest nog duidelijker te horen.
In België werd zondag de Gay Pride verstoord door pro-Palestina demonstranten. Gekleed in hoodies, gewapend met stenen en andere wapens.

Dichterbij huis zorgde het afscheid van de burgemeester voor ophef. In De Gelderlander verscheen op de voorpagina een groot artikel. Dat vier mensen niet welkom waren op het feestje van de burgemeester was belangrijker nieuws dan het afscheid van de burgemeester zelf. Op Facebook dreigden zij en sympathisanten het feestje te verstoren. Dat gebeurde uiteindelijk niet. De gemeente moest wel uit voorzorg beveiliging, politie en BOA's inzetten. Iets dat wij burgers met z'n allen moeten betalen.

Gelukkig waren er veel mensen bij het afscheid van Harry de Vries. Een burgemeester die bij velen wel geliefd was. Die vaak zijn nek uitstak voor anderen en goed begreep hoe zijn aanwezigheid bij evenementen op prijs werd gesteld. Ook José Vierwind verdiende een geweldig afscheid. De kabinetsmedewerker die vijf burgemeesters bijstond, dacht altijd in het belang van inwoners. Nooit 'nee, kan niet'. Altijd: 'We kijken hoe het wel kan.' Het afscheid was ook een gelegenheid om te netwerken. Veel aanwezigen zetten zich vrijwillig in voor de leefbaarheid van onze gemeente.

Dat je het niet met elkaar eens bent, mag. Het verstoren van een feest, welk feest dan ook, gaat wat mij betreft te ver. Het is respectloos naar alle mensen die gewoon, zonder politieke lading, wat plezier willen hebben.