Afbeelding

Kip, ik heb je

Opinie

Als kind verslond ik dierenboeken als Thunda de buffel, Kazan de wolfshond, Junglebook, Black, de zwarte hengst... wegdromen bij de avonturen van prachtige wezens, die hun grootste vijand - de mens - te slim af waren.
Dieren, vond ik, moeten in vrijheid leven. Dus een beer aan een ketting was me een gruwel. Als tiener kwam het besef dat dieren in de piste van Circus Krone, Sarasani en Boltini en in dierentuinen als Artis en Ouwehands ook geen leven hadden. Ja, een leven in de marge maar niemand gaat me vertellen dat een panter achter tralies, in een hok van vijf bij zes meter, een dierwaardig bestaan heeft.
Deze ellende heeft betrekking op een relatief kleine groep, de meeste dieren, die hun vrijheid verloren, zijn gedomesticeerd. Paarden, koeien,varkens, geiten, kippen, honden, katten, konijnen, cavia’s, vissen, alle vervullen ze een rol in de mensenwereld, als vlees, handelswaar, vriend, knuffel. Sommige hebben een beestachtig kort leven, denk aan de bio-industrie, andere worden als koningen behandeld, bepalen de dagelijkse agenda en sommige mogen zelfs aanzitten, aan tafel.
Paarden, honden en katten zullen het over het algemeen goed hebben. Echte vrijheid hebben ze niet maar ze missen die ook niet, vermoed ik. Sterker, ze zouden zich er geen raad mee weten, zeker als ze plots verstoken waren van hun natje en droogje, stal of mand.
Kleine dieren moeten zich doorgaans zien te redden in minder prettige omstandigheden. Wat heet, dag en nacht opgesloten in een kleine kooi, kom, krap bemeten hok is deerniswekkend.
Onlangs kreeg ik voor mijn verjaardag een goudvis. Toen het eruit zag dat Judas, zo heet-ie, in een kommetje zou moeten rondzwemmen stond ik erop dat er groot aquarium werd aangeschaft. Verder moesten er twee metgezellen komen, Jozef en Maria, want alleen is maar alleen en bovendien valt er dan voor Judas niets te verraden.
Inmiddels zwemt Judas vrolijk rond ik een groot bassin. Zijn maatjes hebben het loodje gelegd maar kregen opvolgers in Petrus en Nebucadnezer (Cadje voor intimi).
Ook onze kippen, Do, To en Jo en twee naamloze soortgenoten zaten in een te kleine ruimte maar hebben nu na een grondige renovatie van hok en ren, veel Lebensraum. De overgang van oud naar nieuw ging allesbehalve soepel. Do, To, Jo, c.s. wilden niet meewerken aan hun verhuizing. Het kostte veel moeite om ze in het nachtelijk duister te pakken te krijgen. ‘Kip ik heb je’, riepen mijn vrouw en ik als we er weer een te pakken hadden.
De kippen woelen en wentelen zich nu in een zee van ruimte. Hoogtepunt van de dag is als het vijftal op stok gaat; een vinnig gevecht ontstaat om de beste plek. De scènes op een houten trap op weg naar het nachthok zijn topamusement.
Vissen en kippen, volgens mij hebben ze het redelijk goed bij ons. Of ze gelukkig zijn? Ik heb zo mijn twijfels.