Op bezoek in het provinciehuis van Noord-Brabant. Vlnr Jan Hartjes, Lidy Klein Holkenborg, Nico Hendrixen en Stef Hermsen. Foto: kabinetschef Martijn Meeuwissen.

Op bezoek in het provinciehuis van Noord-Brabant. Vlnr Jan Hartjes, Lidy Klein Holkenborg, Nico Hendrixen en Stef Hermsen. Foto: kabinetschef Martijn Meeuwissen

.

In de voetsporen van de Liemerse pioniers

Ulft - Enkele weken geleden waren drie leden van de Oudheidkundige Vereniging Gemeente Gendringen (OVGG) op bezoek in Noord-Brabant. Zij ondersteunen de Werkgroep Migratie Gelderland-Brabant 1910-1950. De werkgroep brengt de migratie in kaart van Liemerse boeren naar de Brabantse Kempen tussen 1910 en 1950. Er is enorm veel onderzoek verricht in archieven en naslagwerken. Boeiende feiten zijn boven tafel gekomen en de leden wilden ter plaatse een beter beeld krijgen van het migratieverhaal door zelf rond te kijken in het gebied.

Door Marcel van Berkum

De Ulftse delegatie, bestaande uit Jan Hartjes, Nico Hendrixen en Stef Hermsen, werd vergezeld door Lidy Klein Holkenborg, die in Wilp bij Deventer woont. Zij is een nazaat van Liemerse migranten en mede-initiator van het onderzoek. "We werken niet als projectteam met een einddatum. We hebben gekozen voor een dynamisch platform-model waarmee we belangstellenden in Brabant en Gelderland van dienst willen zijn en van informatie voorzien. 

De werkgroep stuurt daarom deze zomer haar resultaten naar erfgoed- en landbouwhistorische organisaties in beide provincies. Aan heemkundekringen, die zich verder in de specifieke migratie-effecten in hun eigen regio willen verdiepen, biedt de werkgroep ondersteuning en advies." Grondhonger was kort gezegd de reden van de trek naar het zuiden van Nederland. Het gebied van waaruit de jonge boeren naar Kempenland trokken was duidelijk begrensd. Zij kwamen vooral uit de Liemers van plaatsen als Gendringen, Bergh, Wehl en Didam. 

Het geloof was een belangrijke factor. In de Liemers waren de inwoners overwegend rooms-katholiek en in de Achterhoek protestants. Ook de Kempen was katholiek. Lidy: “De katholieke gezinnen waren groot en in de Liemers was er gewoonweg niet voldoende grond om alle zonen aan een bestaan te helpen. Ze hadden wel geld maar geen grond.” 

Gemuudeluk
In februari hield de werkgroep een drukbezochte presentatie in zaal Van Hal in Voorst voor familieleden van migranten en anderen met belangstelling voor de regionale geschiedenis. Meer bijeenkomsten in andere plaatsen, afgestemd op de locatie, volgen. De Ganzeveer, het fraaie verenigingsorgaan van de OVGG, heeft dit jaar in twee edities gedetailleerd en uitvoerig geïllustreerd aandacht besteed aan de migratie. Het blad was ook onderdeel van de bagage van de bezoekers. Allereerst stond een bezoek aan het provinciehuis van Noord-Brabant in 's-Hertogenbosch op het programma.

Toepasselijk want de Brabantse politieke bestuurders hadden indertijd behoorlijke invloed op de migratiegolf. Het Ulftse gezelschap kreeg een rondleiding en namens de commissaris van de Koning in Noord-Brabant Ina Adema, die op vakantie was, nam de kabinetschef de betreffende exemplaren van de Ganzeveer in ontvangst. De volgende stop was het Kempen Museum in Eersel. Er is boeiend beeldmateriaal te zien over hoe de streek er een eeuw geleden uitzag toen de Gelderse pioniers er heide en woeste grond ontgonnen en voor die tijd moderne landbouwmethoden toepasten. Het belangrijkste doel van de dag lag in Diessen. Daar voegde de Brabantse mede-onderzoeker Frans Zonneveld zich bij de groep. 

Er vond een 'gemuudelukke' ontmoeting plaats van Kempenaren met Gelderse wortels. Ze kwamen uit verschillende dorpen zoals Middelbeers, Vessem, Reusel en Diessen. De meesten spraken elkaar voor het eerst. In het ene gezin was na aankomst het Brabants al snel de voertaal geworden, anderen hadden de Gelderse taal en tradities nog generaties in ere gehouden. Toch begrepen de nazaten elkaar snel en kwam het tot uitwisseling van persoonlijke verhalen.

Het onderzoek heeft alle verwachtingen overtroffen en maandelijks ontdekt de werkgroep nog nieuwe namen van families, die tussen 1910 en 1950 naar Brabant trokken. In het kielzog van de migrerende boeren volgden ook bouwvakkers en andere ambachtslui. 

Van de inmiddels 1147 opgespoorde ‘Geldersen’, die zich permanent in Brabant vestigden, waren er 870 uit de Liemers afkomstig; dat is 76%. Koploper in de Liemers was de huidige gemeente Montferland met 522 permanente migranten. Daarna volgde de voormalige gemeente Gendringen met 154 migranten. 

Meer informatie over de Werkgroep Migratie Gelderland-Brabant 1910-1950: Lidy Klein Holkenborg, 06-21216846, of mail:


hogeland@xs4all.nl