Zwembad

In mijn tienertijd keek ik reikhalzend uit naar 15 mei want op die datum ging het zwembad open. Na schooltijd sjeesde ik met een paar vrienden op de fiets naar het buitenbad waar we van verre het opgewonden gegil al konden horen. Dat zorgde ervoor dat we nog harder gingen trappen want ook wij wilden zo snel mogelijk in het diepe duiken en genieten van waterpret, zonnebaden, hangen en sjansen.
Het zwembad was mijn favoriete hangplek. Zwemmen deden we weinig, kaarten (zwikken en pokeren) des te meer. Onder een tafeltennisbatje verborgen we de pot want om geld spelen was verboden. Met rode oortjes kaartten we de hele middag en soms ging het zakgeld van een hele week er doorheen: 7.50 harde guldens.
Als het ons te heet onder de voeten werd, renden we naar het bad en de hoge, deden een dodenduik of maakten een salto mortale want als je 16 bent, ben je heel erg stoer. En ook erg onzeker, want mooie meisjes in bikini's dorsten we niet rechtstreeks aan te spreken, dus trakteerden we ze op een bommetje. Ook een manier van contact maken, maar veel succes hadden we daar niet mee. Gek hè?

Dat was toen, de jaren zestig. De destijds bijna heilige datum van 15 mei is al lang los gelaten. Zwembaden gaan open wanneer het mooi weer is en dat is het – mede als gevolg van de klimaatverandering – vaak al in april.
Ik kan me niet heugen wanneer ik naar een buitenbad ben geweest. Dat moet ergens begin deze eeuw geweest zijn. In de Bijvoorde in Wehl heb ik een paar baantjes getrokken maar de pret en magie van toen waren er natuurlijk niet meer, voor alles is een tijd.
Openluchtzwembaden in deze regio zijn er niet zo veel. Zo uit de losse pols tel ik er drie: Wehl, Doetinchem en Emmerich. De meeste water- en zonliefhebbers gaan naar recreatieplas Stroombroek ofwel het Braamtse Gat, dat gezien vanuit het noorden en gelegen aan de voet van de Montferlandse heuvels een haast on-Nederlandse aanblik biedt.

Een openbaar zwembad zal altijd blijven bestaan, zei ooit een voormalig collega tegen me. Ik heb daar zo mijn twijfels over want het is voor gemeenten een dure voorziening door de hoge exploitatie- en onderhoudskosten. Daarnaast speelt er ook iets anders. Als ik door villawijken rij, zie ik steeds meer bassins in tuinen verschijnen. Ewout, Roderik, Chantal en Marie-Louise hoeven niet meer 5 kilometer door weer en wind te fietsen maar kunnen zo vanuit de serre en openslaande tuindeuren het water in glijden. Over een x-aantal jaren kennen deze kinderen een gemeentelijk zwembad alleen nog uit verhalen van hun ouders die opgroeiden met de prangende vragen als: 'Badmeester... ben ik al bruin?'
Of ze in die badjes nu echt leren zwemmen is de vraag. Dus blijft zo’n ouderwetse voorziening, of het nu een binnen- of een buitenbad is, een noodzaak en is het halen van het zwemdiploma absoluut geen overbodige luxe.