Over smaak, moestuinen en supermarkttrucs
Mijn vader groeide op in een gezin van vijftien kinderen, zijn vader was klompenmaker en keuterboertje. Erg gevarieerd werd er niet gegeten en nieuwe dingen werden al helemaal niet geprobeerd. Dat was bij mijn moeder thuis altijd anders. Nadat zij trouwden, moest mijn vader soms wennen aan de maaltijden die mijn moeder op tafel zette. Mijn moeder experimenteerde juist graag. Soms kwam er commentaar en vond mijn vader het eten te peperig. Grappig was het toen mijn vader met pensioen ging en een kookcursus volgde. Als hij zelf kookte, zaten er meer kruiden en peper in het eten dan mijn moeder ooit gebruikt had.
Dat was het misschien vooral: mijn vader wilde weten wat hij at. Zo wilde hij geen ‘chemische rotzooi’ eten. Het liefst alles vers. Niet uit een pakje of een blikje. Geen eten uit de supermarkt. Liever zelfs helemaal geen sausje, dat bederft de pure smaak van groenten. Die at hij het liefst uit eigen tuin. Zijn moestuin was hem dierbaar. Als hij uit het werk kwam (mijn vader had een kantoorbaan) ging hij eerst even kijken of de sla gegroeid was. In de zomer, als het bloedheet was, stond mijn moeder boven stomende pannen om andijvie en sperziebonen te blancheren en knoebels (kruisbessen) en rode bessen tot jam te maken.
Ik heb wel wat van hem geërfd. Ik ben ook selectief als het om sausjes gaat. Bij een kaassaus gebruik ik soms een pakje als basis, maar dan voeg ik er wel echte kaas aan toe. Echte kaas, van de kaasboer. Niet uit de supermarkt. Snoepen doe ik sowieso niet veel, maar ik gruwel van felgekleurde snoepjes. Mijn man smult juist van de snoepjes die kinderen blij maken en volwassenen evenzo.
Veel producenten doen het goed. Toch ben ik kritisch over kant-en-klaarproducten. Als ik naar Keuringsdienst van Waarde kijk, verbaast het me niet dat er nauwelijks echte kaas op een pizza zit, maar een drabje van plantaardige vetten. Of dat een potje guacamole maar drie procent avocado bevat. Dat je als vegetariër geen vlees eet vanwege het dierenwelzijn of de natuur, maar vervolgens kiest voor een hyper-bewerkte, chemisch samengestelde fabrieksschijf, vind ik behoorlijk tegenstrijdig.
We worden als consument tegenwoordig ook nog op een andere manier besodemieterd. Verpakkingen worden kleiner terwijl de prijs gelijk blijft. Er is zelfs een naam voor: krimpflatie. De eerste rechtszaken worden al gevoerd. Misschien is dat nog wel de grootste verandering met vroeger: we weten steeds minder goed wat we eigenlijk kopen. Ik begrijp heel goed wat mijn vader bedoelde. Niet omdat ik denk dat vroeger alles beter was. Ik wil gewoon weten wat er op mijn bord ligt en genieten van pure smaken.