Enkele kinderen die meedoen aan Ome Joop's Tour, met in blauwe t-shirts Marcel Legerstee en vrijwilliger 'Tante' Clara uit Didam. Foto: Karin van der Velden
Enkele kinderen die meedoen aan Ome Joop's Tour, met in blauwe t-shirts Marcel Legerstee en vrijwilliger 'Tante' Clara uit Didam. Foto: Karin van der Velden

Ome Joop’s Tour geeft kinderen meer mee dan een fietsvakantie

Algemeen

DIDAM – Tachtig kinderen uit Arnhem slapen deze week op sportpark De Nevelhorst van DVC’26 in Didam. Overdag trekken ze door de regio en bezoeken ze bijzondere locaties. Op het eerste gezicht lijkt Ome Joop’s Tour vooral een zomerse, gezellige fietsvakantie, maar achter de vrolijke karavaan gaat een veel groter verhaal schuil. Voor de deelnemers is deze week een ervaring die hun leven blijvend raakt.

Door Karin van der Velden

Dat blijkt wel uit het verhaal van Roy Tomesen. Meer dan veertig jaar geleden fietste hij, samen met zijn broer en zus, als kind zelf mee met Ome Joop’s Tour. Zijn ouders hadden als boeren een druk leven en tijd voor vakantie was er niet. Nu is Roy zelf boer op Pluimveehouderij Tomesen en ontvangt hij de kinderen en vrijwilligers voor een dag waarop ze kennismaken met het boerenleven. Ze ontdekken waar melk, eieren en andere producten vandaan komen, mogen dieren voeren en krijgen een kijkje achter de schermen. Als afsluiting verzorgt Roy voor kinderen en vrijwilligers een lunch en barbecue.

“Ik wil iets terugdoen voor de kinderen van nu”, vertelde hij. Daarmee laat hij precies zien waar Ome Joop’s Tour om draait: kinderen een onvergetelijke ervaring geven die ze hun hele leven met zich meedragen.

Ontstaan na de oorlog
De geschiedenis van Ome Joop’s Tour gaat terug naar 1950. Arnhem was in de Tweede Wereldoorlog zwaar getroffen. Veel gezinnen hadden het financieel moeilijk en vakantie was voor veel kinderen onbereikbaar. Arnhemmer Joop Legerstee begon daarom met activiteiten voor kinderen die thuisbleven. Eerst werd er gevoetbald op de Ronde Weide in Sonsbeek, later ontstond het idee voor een fietstour. Er werd geslapen in hooibergen, gegeten uit legerkeukens en onderweg beleefden de kinderen avonturen die ze thuis nooit hadden kunnen meemaken.

Toch is de Tour veel meer dan alleen een gezellige vakantie. In de jaren vijftig zag oprichter Joop Legerstee hoe kinderen uit arme gezinnen veel op straat rondhingen, simpelweg omdat er thuis weinig te doen was. Zonder structuur of positieve vrijetijdsbesteding lagen verveling en verkeerde invloeden op de loer. Ruim 75 jaar later biedt de organisatie nog steeds een veilige omgeving waarin kinderen gezien worden, grenzen leren kennen en positieve ervaringen opdoen. Niet ieder kind krijgt die kansen vanzelfsprekend mee. Soms is het precies die aandacht, het vertrouwen en het gevoel ergens bij te horen dat een kind nodig heeft om een andere weg te kiezen.

Iedereen gelijk
Dat uitgangspunt zie je overal terug. Alle deelnemers rijden op dezelfde fiets (niet elektrisch!), dragen dezelfde kleding, hebben geen mobiele telefoon bij zich en nemen geen geld mee. Alles is geregeld. Niemand hoeft zich anders of minder te voelen. In het kader van kansgelijkheid levert de gemeente Arnhem daarom ook een bijdrage.

Nog steeds doen vooral kinderen mee van wie ouders zich geen vakantie kunnen veroorloven, maar ook kinderen uit gezinnen waar door werk of andere omstandigheden weinig ruimte is voor een zomervakantie. Daarnaast is er steeds meer aandacht voor kinderen die extra begeleiding nodig hebben. Daarvoor gaan vrijwilligers mee met een professionele achtergrond, bijvoorbeeld in het jongerenwerk of de hulpverlening.

De vrijwilligers houden elke avond een briefing, daarin wordt ook besproken welk kind in de gele trui, groene trui, regenboogtrui of bolletjestrui mag rijden. Onderweg zijn er punten te verdienen. Wie in het puntenklassement het hoogst scoort, mag in de gele trui fietsen. De regenboogtrui is de motivatietrui, voor een kind dat wel een steuntje in de rug kan gebruiken. Zo heeft elke trui een betekenis.

Volgens organisator Marcel Legerstee, zoon van oprichter Joop, draait het vooral om verbinding. “Ze leren elkaar kennen, sluiten vriendschappen en groeien in een week enorm. Sommige kinderen willen ieder jaar opnieuw mee, totdat ze de maximale leeftijd hebben bereikt. Dat afscheid is vaak emotioneel.”

Didam als uitvalsbasis
Voor het tweede jaar is sportpark De Nevelhorst van DVC’26 in Didam de thuisbasis van de Tour. De deelnemers verblijven de hele week op het sportcomplex. Van daaruit vertrekken ze dagelijks naar verschillende bestemmingen.

Op het programma staan onder meer Watergoed in Valburg, De Spelerij in Dieren, Streekboerderij Tomesen in Doetinchem, De Veerstal in Lathum en attractiepark Bommelwereld in Groenlo. De week wordt afgesloten met een feestelijke intocht bij de Koepelgevangenis in Arnhem.

Achter de schermen maken tientallen vrijwilligers de Tour mogelijk. EHBO’ers, begeleiders, chauffeurs en wijkcoaches zorgen ervoor dat alles veilig en soepel verloopt. Martin Coenraadts, neef van Marcel Legerstee, spreekt vol lof over Sjaak Hanegraaf, beheerder van de kantine DVC’26, en de vrijwilligers van de Didamse voetbalvereniging. “Sjaak lijkt overal aan te denken. De kinderen krijgen ‘s morgens een fantastisch ontbijt en er wordt een aantal avonden hier gegeten. Dankzij het netwerk van Sjaak leveren lokale bedrijven een belangrijke bijdrage, variërend van koelwagens en toiletvoorzieningen tot hamburgers van Bêrtî Burger uit Didam.”

Wie de kinderen ziet vertrekken op identieke fietsen, ziet vooral een vrolijke stoet. Wie achter de schermen kijkt, ziet een organisatie die al ruim 75 jaar hetzelfde doel nastreeft: kinderen kansen geven die ze anders misschien nooit hadden gekregen.

De deelnemers kregen onderweg al een flinke bui over zich heen:


Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant