
Hoe de jonge Beekse verzetsstrijder Wim Moorman aan zijn einde kwam
CultuurBEEK - Op 22 januari 1925 was het precies 80 jaar geleden dat de jonge Beekse verzetsstrijder Wim Moorman als vergelding door de Duitsers bij Dokkum werd gefusilleerd. Wim heeft met zijn tomeloze inzet een grote bijdrage geleverd aan het verzet in de Liemers tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarmee ook aan de bevrijding van onze streek en ons land.
Door Henk Ankoné
Zijn dood voor een Duits vuurpeloton was een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Op 19 januari 1945 had het Friese verzet een Duitse arrestantenwagen overvallen om een medestrijder te bevrijden. Dat lukte, maar er vielen twee dodelijke slachtoffers aan Duise kant. Hierop haalden de Duitsers op 22 januari als vergelding negen willekeurige gevangenen, waaronder Wim, uit hun cel in Leeuwarden en brachten hen, samen met elf gevangenen uit de gevangenis van Groningen, naar een besneeuwd weiland aan de Woudweg in Dokkum. In groepjes van vijf werden ze ter plekke gefusilleerd door het Einsatzkommando Leeuwarden onder leiding van de beruchte commandant Albrecht. Op bevel van Albrecht moesten de lijken een etmaal lang als afschrikking in het besneeuwde weiland blijven liggen. Daarna hebben de mensen van Dokkum Wim en de anderen tijdelijk begraven.
Dat Wim in Leeuwarden in de gevangenis van Leeuwarden zat was een gevolg van een roekeloze actie waarbij hij eerder die maand, met een revolver op zak, bij een controle door de Duitsers was opgepakt. Enige roekeloosheid was Wim niet vreemd; steeds probeerde hij de grenzen van het mogelijke iets te verleggen. Met zijn joviale persoonlijkheid en zijn lef kwam hij er meestal mee weg, tot die fatale 22e januari 1945.
In de beginjaren van de oorlog hield hij zich met andere opgeschoten kwajongens in Beek bezig met ‘moffen pesten’ en ook toen al ging hij tot het gaatje. Tot grote schrik van zijn vader, de Beekse veldwachter Antoon Moorman, had Wim als jonge tiener al een revolver bemachtigd.
Toen Wim zich als 18-jarige in de tweede helft van 1943 moest melden voor de ‘Arbeitsdienst’, de gedwongen tewerkstelling voor de Duitsers, dook hij onder in Beek en vormde samen met Clemens Berntsen (19) de kern van de verzetsgroep Loerbeek. Ze hadden een geheime schuilplaats op de hooizolder van een schuur achter de boerderij van Berntsen, schuin tegenover de molen van ten Bensel in Loerbeek. Begin 1944 sloten zich ook de net in Beek gestationeerde marechaussee Herman Ankoné (26) en de Friese onderduiker Karel Adriaens (18) bij hen aan. Ankoné kreeg op grond van zijn leeftijd en militaire ervaring de leiding. Later dat jaar zaten ook de gedeserteerde Wehrmachtsoldaat Hans Reichel (30) en de neergestorte Schotse boordschutter George Kelly (19) enige tijd bij de Loerbeekse verzetsgroep ondergedoken en deden verzetswerk, voor zover dat in onderduik mogelijk was.
Uit een getypt verslag dat Jan Houtsma, de leider van het verzet in Achterhoek en Liemers, na de oorlog opstelde, krijgen we een indruk van wat de verzetsgroep Loerbeek zoal deed en ook wat de rol van Wim Moorman was:
“ Een bijzondere rol speelde Wim Moorman, wiens naam ik hier bij uitzondering noem. Hij was 19 jaar doch verzette bergen werk, honderden, zo niet duizenden personen die in de Lijmers te werk waren gesteld vanuit Rotterdam, Den Haag, Haarlem, Utrecht enz. hielp hij aan valsche papieren en stuurde ze weer naar huis. Tientallen spoorwegmenschen bracht hij onder dak en vezorgde de geheele uitbetaling van deze menschen in de Lijmers. Hij deed begin November mee aan een overval op het politiebureau, teneinde enkele gevangenen van de S.D. (Sicherheitsdienst) te bevrijden, stal tientallen wapens van de moffen, hielp ons aan net zooveel P.B.’s (persoonsbewijzen) als we noodig hadden enz.”
Begin januari 1945 kregen Wim en Karel de opdracht om Jan Ellen, de agent van politie die bij de overval van begin november op het politiebureau was overgelopen en ondergedoken, naar diens ouders in het Friese Noordwolde te brengen. Omdat niet zeker was of overloper Ellen geheel te vertrouwen was en de verzetsgroep al eerder met een infiltrant te maken had gehad, kreeg Wim een revolver mee. Mocht Ellen toch onbetrouwbaar blijken, dan moest hij doodgeschoten worden. Het gevaar dat hij verzetsmensen zou verraden, met een cascade aan gruwelijke vergeldingsacties door de Duitsers, zou dan immers veel te groot zijn. De uitdrukkelijke opdracht van Herman Ankoné was, indien Ellen wél betrouwbaar bleek, die revolver bij hem in Noordwolde achter te laten.
Ellen werd bij zijn ouders afgeleverd en bleek geheel betrouwbaar, maar tegen de opdracht in hield Wim de revolver. Bovendien gingen Wim en Karel niet meteen terug naar Loerbeek, maar naar Westerbork met het plan daar een broer van Karel te bevrijden. In Beetsterzwaag werden ze aangehouden door de SD, die de revolver en een papier met onderduikadressen vond. Wim en Karel werden gearresteerd en opgesloten in de gevangenis van Leeuwarden. Zo belandde Wim op het verkeerde moment op de verkeerde plaats, met de boven beschreven desastreuze afloop.
De afgelopen jaren is Wim Moorman opnieuw in de belangstelling komen te staan. Zo was een van de hoofdpersonen in de verfilmde rockopera ‘Freyheyt’, geschreven door Wim Maatman en Tom Klein ter gelegenheid van 75 jaar bevrijding, gebaseerd op de persoon Wim Moorman. Freyheyt confronteert Nederlandse jongeren van vandaag met de vraag wat zij zouden doen als zij hun vrijheid zouden kwijtraken. De complexe persoonlijkheid van de jonge Wim Moorman, met zijn overduidelijk positieve strijdbare karakter maar ook discutabele trekken, leent zich heel goed om dit soort grote vragen te bespreken.
In maart 2024 werd een belangrijk besluit genomen voor Wims nagedachtenis. Het college van B&W van de gemeente Montferland keurde toen een voorstel goed om een nieuwe straat in Beek naar Wim Moorman te vernoemen. Het straatnaambord krijgt een onderschrift dat kort aangeeft wie Wim was. Zo blijft hij in herinnering.
Bron: Berghapedia








