
Het verborgen verleden van mevrouw Willemina van Hout - Klauwer
MaatschappijDIDAM – Mevrouw Van Hout - Klauwer had nog een grote wens, namelijk het geboortedorp van haar vader bezoeken. Dat vertelde ze in een interview met de Volkskrant ter gelegenheid van haar honderdste verjaardag. De Oudheidkundige Vereniging Didam nodigde haar uit en zorgde voor een onvergetelijke dag.
Door Karin van der Velden
Als mevrouw Van Hout met haar familie de ruimte van de OVD in het Albertusgebouw binnenkomt, hangt er een indrukwekkende stamboom aan de muur. Tot in 1500 heeft Willy Zwaan de familielijn teruggezocht. Ondanks de kleine lettertjes, heeft mevrouw Van Hout geen bril nodig om te lezen wat er staat!
De vader van mevrouw Van Hout, Johannes Hendrikus Klauwer werd op 16 oktober 1877 geboren in Dijk, nu Oud-Dijk, in een huisje aan de Melderstraat. Daar stond destijds een verzameling kleine huisjes, waar dagloners woonden. Het huisje was eigendom van de familie Gudde, opa Klauwer trouwde daar in. Die informatie over de geboortegrond van vader Klauwer werd opgezocht door Trees Tiemes. Op de plek waar het huisje ongeveer stond, staat nu een schuurtje.
Rudy Staring liet in een presentatie met foto’s zien hoe de vader van mevrouw Van Hout denkbeeldig van zijn geboortehuis naar de katholieke kerk liep. Dat was toen de Martinuskerk, ook wel Waterstaatskerk genoemd. In die kerk is Johannes Klauwer waarschijnlijk gedoopt. Via Huis Dijk, het station, de bakkerij van de familie Vlemminx, nu café Uniek, gaat de ‘wandeling’ langs de plek waar de roomboterfabriek stond. Bij mevrouw Van Hout komt meteen een herinnering naar boven: “In Nederlands Indië stond altijd roomboter op tafel, die kwam in blik uit Australië. We doopten ons brood met boter in de pot suiker, wat was dat toch lekker!”
Verder gaat het, door de Wilhelminastraat langs de Mariakerk, die toen protestants was. Didam had 2600 inwoners, daarvan waren er zo’n 100 protestants en dan toch zo’n grote kerk. Dat was financieel niet vol te houden, rond 1960 werd de kerk dan ook aan het bisdom verkocht. Waar nu de winkel van Niek Jansen Mode is, stond vroeger het huis van Willem Klauwer, een oom van mevrouw Van Hout. Hij was dagloner, tapper én nachtwachter. Daarnaast woonde Simon Löwenstein en die werd een maand na Johannes Klauwer geboren. Zouden ze samen gespeeld hebben? Het is bijna zeker dat ze in dezelfde klas zaten. In de Schoolstraat was destijds de basisschool. Een openbare school, de protestanten hadden het toen voor het zeggen. Mevrouw Van Hout vindt het bijzonder: “Vader heeft ons bij de zusters Fransiscanessen op school gedaan.”
Johannes vertrok naar Nederlands Indië, waar hij 25 jaar als kok in een militair ziekenhuis werkte. “Daar heeft hij nog een medaille voor gekregen. Het was een brave man hoor. Veel Nederlandse mannen namen een Indonesische vrouw als bijzit, zij bleven achter als de man met stille trom weer naar Nederland vertrok, om terug te keren naar hun gezinnen. Mijn vader trouwde met mijn moeder. Dat was in februari 1924, ik werd in december van dat jaar geboren. Waarom mijn vader me nou Willemina en niet Wilhelmina heeft genoemd, weet ik ook niet. Wat zou hij toch gezegd hebben als hij wist dat ik nu honderd ben.”
Er werden nog twee dochters en twee zonen geboren. Een broer is inmiddels 98, een zus 96, een andere broer en zus zijn overleden. Vader Klauwer was een verstandige man, hij kocht grond en bouwde vier huizen. “Een van die huizen stond op naam van moeder, zodat de overheid haar niet kon wegsturen. Vader liet mijn Indonesische moeder vrij in haar gebruiken. Ze is wel katholiek geworden, elke morgen ging ze naar de kerk. Soms was vader ook bepalend. Al vielen de mussen dood van het dak, als hij zin had in hutspot, werd er hutspot gegeten.”
De oorlog bracht donkere tijden. Mevrouw Van Hout en haar broers en zussen belandden in een kamp, samen met een pleegzusje dat op het laatste moment in de armen van haar moeder werd gedrukt: “Ik was twintig jaar en moest voor hen zorgen, dat was een zware verantwoording.”
Willemina Klauwer trouwde met een marinier en woonde heel lang in Den Helder. “Doordeweeks kookte ik altijd aardappelen voor mijn gezin. Omdat we in Nederland woonden, vond ik dat we Hollandse pot moesten eten. Alleen op zondag aten we rijst. Mijn man leerde mij breien en wat is het toch leuk dat mijn dochter daar later haar beroep van heeft gemaakt.”
Mevrouw is naar Didam gekomen met dochter Marja, zoon Peter en neef Humphrey. Nadat ze ‘s morgens op foto’s hebben gezien hoe Didam er vroeger uitzag, legden ze ‘s middags dezelfde weg per auto af: “Wat een bijzondere gedachte dat mijn vader hier ooit liep.”









