
Tour
OpinieNog een dikke week en dan gaat de Tour de France weer van start. Net als miljoenen wielerliefhebbers kijk ik hier naar uit. Die fascinatie duurt al meer dan een halve eeuw en wordt gek genoeg niet minder.
Vaak waren we tijdens de Tour op vakantie in Zuid-Frankrijk. Dat betekende dat ik me daags na een etappe naar een kiosk spoedde, een krant kocht en op de sportpagina’s bij de uitslagen naar de vetgedrukte naam van Jan Janssen zocht. Want hij was destijds de grote man bij het Nederlandse wielrennen. In ‘68 won Janssen - nota bene van huis uit een sprinter - de Tour de France. Een fenomenale prestatie.
Dat was toen. Nu hoef ik niet meer naar de krantenkiosk te rennen om oud nieuws te consumeren, je zit er als het ware bovenop via radio, tv en internet. Net als voorgaande jaren zal de strijd gaan tussen Pogacar en Vingegaard, daar zal de meeste aandacht naar uitgaan maar de Tour is zoveel meer dan een tweestrijd.
De voorpret begint dit weekend al met de Tourtoto. Met een stel oude kroegvrienden stel ik lijstjes samen met renners, die volgens ons gaan scoren. Dat valt in de praktijk altijd tegen, opvallend veel door ons gekozen renners lijden aan de vallende ziekte, maar dat mag de pret niet drukken.
Dan is het moment daar, dit jaar is start op 5 juli. De aanloop is spannend, vaak chaotisch, maar het gaat natuurlijk om de bergen. Daar worden de jongens van de mannen gescheiden. De pedaleurs beklimmen bergen van meer dan 2000 meter. En niet ééntje maar drie of vier op een dag. Hier ligt de kiem van mijn fascinatie. Ik koester een mateloze bewondering voor gasten die in drie weken tijd bijna 4000 km afleggen, in een verzengende hitte naar boven rijden en zich als een steen laten vallen in gevaarlijke afdalingen, waarbij snelheden van 80 tot 90 km worden bereikt.
De bergetappes zijn de kers op de taart maar de hele taart smaakt goed. Ook tijdritten, vlakke ritten en zelfs wandeletappes kunnen mij bekoren. Urenlang kijk ik. De wuivende korenvelden, fraaie kastelen, vreemd uitgedoste toeschouwers, op hol geslagen paarden en een peloton, dat traag door het landschap glijdt. Er gebeurt bijna niets.
Waarom kijk je dan, zult u zich afvragen. Een mooi antwoord komt van Bert Wagendorp, auteur en journalist. “Je wacht kalm op dingen die gebeuren, mogelijk een voorval waarover nog jarenlang zal worden gesproken. Maar het ontbreken daarvan maakt het wachten niet zinloos. Ledigheid is schaars en waardevol. We houden ons daar veel te weinig mee bezig, we zijn voortdurend druk met het zinvol vullen van de tijd. De Tour de France is het beste excuus om daar tijdelijk mee te breken.”
Mooi verwoord. Het geeft weer hoe veel Tourfanaten zich voelen. Ledigheid is des duivels oorkussen maar ze hebben niet het gevoel dat ze drie weken lang niets hebben gedaan. Nee, integendeel, ze hebben juist die tijd nuttig ingevuld.










