Het eerste kampioensteam van DVC'26. Foto: DVC'26

Het eerste kampioensteam van DVC'26. Foto: DVC'26 

DVC'26

Historie van 100-jarig DVC’26 issamengevat in een mooie glossy

Sport

DIDAM - Voetbalvereniging DVC’26 uit Didam viert komend weekeinde het 100-jarig bestaan. Ter ere van deze bijzondere mijlpaal heeft een commissie van de club een glossy samengesteld over de geschiedenis van de club. Theo te Wil uit Didam is al bijna 70 jaar lid en maakt deel uit van de ‘glossycommissie.’ Hij verhaalt enthousiast over de geschiedenis van de club.

Door Remko Alberink

Theo te Wil is erelid van de Didamse club die thans tegen de 1300 leden heeft. Hij zat jaren in de jeugdcommissie, beheerde de technische zaken in het hoofdbestuur en was als spelend lid aanvoerder van het eerste elftal van DVC’26. Aan de hand van de glossy geeft hij antwoord op enkele onderwerpen uit het mooie boekwerk.

Hoe is DVC’26 ontstaan?
Te Wil: “Er waren al eens wat voetbalclubs opgericht door Jan Even in Didam, bijvoorbeeld Theodem en Victoria. Maar dat bloedde ook dood. Voetbal vond men in die tijd ook een wilde sport, er werd veel meer gekorfbald, dat vond men een nette sport. Op een gegeven moment lag Jan Even in het ziekenhuis en hoorde hij twee mannen praten over het gemis van een voetbalclub in Didam. ‘Als Jan uit het ziekenhuis komt, zal het wel goedkomen’, hoorde hij een van de twee zeggen. Zo verliep het ook, Jan Even nam het initiatief. Er waren 22 leden na de oprichting. Als naam werd Didamse Voetbal Club gekozen. De club sloot zich aan bij de RKUVB, de Utrechtse voetbalbond. Dat kwam omdat Didam tot het bisdom Utrecht behoorde.”

Wat was een mooie periode?
Te Wil: “Dat zijn er natuurlijk meerdere, maar in 1975 promoveerde DVC’26 van de derde naar de tweede klasse. In 1976 vierden we het 50-jarig bestaan van de club en weer een jaar later promoveerden we naar de eerste klasse. Destijds waren er geen derde divisies enzo, speelden we op het vierde niveau van Nederland. We hadden destijds een heel goed team. De kracht was dat je van verschillende mensen met verschillende beroepen een elftal moest maken.”

Wat was een moeilijkere periode?
Te Wil: “Die kende de club ook. Zo was er op een gegeven moment geen geschikte voorzitter in de jaren vijftig, waarna de geestelijk adviseur pastoor Jansen die rol op zich nam. Het was in de tijd dat er gesproken werd over het samengaan met de voetbalclub van Nieuw-Dijk. De beide besturen van de clubs waren voor alleen pastoor Van Gendt van Nieuw Dijk was tegen, dus ging de samenwerking niet door.”

Wat waren bijzondere tegenstanders?
Te Wil: “Omdat DVC’26 in het seizoen 1960-1961 de districtsbeker van de KNVB Oost won, had de club het recht om een seizoen later aan de grote KNVB-beker deel te nemen. Zo speelden we tegen Vitesse, De Graafschap, Heracles en DOS, dat is het huidige FC Utrecht. Bij DOS stond Frans de Munck destijds op doel, de zwarte panter. Een andere bijzondere tegenstander was in 1986 het Ajax van Johan Cruyff. Dat was een elftal met onder andere Ronald Koeman, Stanley Menzo en Arnold Mühren.”

Het vrouwenvoetbal is bij DVC’26 ook een belangrijke tak?
Te Wil: “De vrouwen hebben heel lang moeten vechten in een mannenbolwerk. In de zeventiger jaren werden er ook vrouwenteams opgericht, en dat was in het begin niet makkelijk. Tegenwoordig zijn de vrouwen en meisjes behoorlijk

Wat maakt DVC’26 bijzonder?
Te Wil: “De vele vrijwilligers. Daarvoor hebben we deze glossy ook gemaakt, om ergens vast te leggen hoe het er in het verleden aan toe ging. Zoveel mensen zijn er niet meer die dat weten.”

In 1986 kwam Johan Cruyff met Ajax naar De Nevelhorst ter ere van het 60-jarig bestaan. Foto: DVC'26

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant